Krasse CBR-psychiater mag geen keuringen meer doen

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg in Groningen heeft een 76-jarige psychiater, die zijn AOW aanvulde door per jaar nog 900 keuringen (à ongeveer € 275 per stuk) voor het CBR te verrichten, verboden nog langer als deskundige op te treden. Deze psychiater keurde iemand in eerste instantie goed en stuurde dit rapport op naar het CBR. Het CBR verzocht hem vervolgens – buiten de gekeurde om – zijn conclusie te heroverwegen aan welk verzoek de psychiater voldeed. De gekeurde werd nu door  hem afgekeurd en de ook stopdatum werd daarbij nog ruim vier maanden achteruit geschoven.  Dit was voor het CBR nog steeds niet mooi genoeg en daarom werd de psychiater nogmaals verzocht om zijn conclusie dat het alcoholmisbruik was gestopt nog eens tegen het licht te houden. Ook aan dat verzoek voldeed hij, wederom zonder de gekeurde opnieuw te onderzoeken of iets dergelijks en de stopdatum werd vervolgens doodleuk door hem geschrapt.

De klacht van de gekeurde luidde als volgt (onderstrepingen gjvo):

“Verweerder heeft klager één keer onderzocht en komt vervolgens zonder nader onderzoek in drie stappen tot een volstrekt andere uitkomst en diagnose. Een medisch specialist dient onafhankelijk naar eer en geweten en naar beste kunnen zijn diagnose te stellen. Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat een diagnose op een vakkundige en integere wijze tot stand komt. Het kan niet zo zijn dat een arts zijn bevindingen en diagnose aanpast op verzoek van het CBR en gebaseerd op een onderzoek waar klager het helemaal niet mee eens was en dat de reden was dat hij een tweede onderzoek had aangevraagd.
Door de volstrekt onbegrijpelijke, onzorgvuldige en medisch ontoelaatbare handelwijze van verweerder is klager elk toekomstperspectief ontnomen.”

De psychiater verweerde zich op curieuze wijze:

“Verweerder heeft zijn rapportage en de conclusie naar aanleiding van opmerkingen van de medisch adviseur van het CBR aangepast om tot een meer overwogen en een gefundeerde beslissing te komen. Het is heel gebruikelijk dat dergelijke “terugkoppelingen” plaatsvinden. Verweerder beschouwt de opmerkingen kritisch en gaat, indien daar aanleiding toe is, over tot aanpassing van de rapportage.”

Het tuchtcollege maakt korte metten met deze handelwijze:

“Verweerder heeft zijn eerste rapportage opgemaakt op basis van een uitgebreid gesprek met klager en heeft dit vervolgens naar het CBR gezonden. Gelet op de inhoud van het rapport was er voor klager geen reden gebruik te maken van het blokkeringsrecht. Op verzoek van de medisch adviseur van het CBR heeft verweerder het rapport een eerste keer aangepast. Deze medisch adviseur wijst daarbij in zijn e-mailbericht op discrepanties tussen de anamnese van de psychiater van het eerste onderzoek en de anamnese van verweerder. Daarmee brengt de medisch adviseur de bevindingen van de eerste deskundige in om het rapport van het tweede onderzoek van verweerder aan te passen. Dit is niet juist en verweerder had daar naar het oordeel van het college niet in mee mogen gaan nu het niet zijn eigen bevindingen waren.

Het CBR had zelf op basis van beide deskundigenrapporten een beslissing kunnen nemen en deze kunnen onderbouwen met de discrepanties in de anamnese. Het CBR kan echter niet van een deskundige verlangen dat deze zijn ‘second opinion’ aanpast op basis van de uitkomsten en bevindingen van een eerder deskundigenrapport. Verweerder heeft door de aanpassing van het rapport naar aanleiding van het verzoek van de medisch adviseur van het CBR niet gehandeld zoals van een redelijk bekwame beroepsbeoefenaar verwacht mocht worden.

Daarnaast had verweerder naar het oordeel van het college aan klager duidelijk moeten maken welke onderdelen in het rapport hij gewijzigd had en hem wederom moeten wijzen op het blokkeringsrecht. Klager heeft het rapport slechts ter inzage ontvangen zonder dat hem duidelijk werd gemaakt welke onderdelen van het rapport gewijzigd waren. Overigens valt op dat verweerder ter gelegenheid van het mondeling vooronderzoek voor een deel van de wijzigingen zelf ook geen verklaring kon geven.
Verweerder heeft gesteld dat de rapporten worden verstuurd door de administratie van het BRK. Het lag naar het oordeel van het college op de weg van verweerder deze administratie te instrueren dat moest worden gewezen op het blokkeringsrecht.

Ten aanzien van de tweede wijziging van het rapport geldt hetzelfde als hiervoor is overwogen. Het verzoek van de medisch adviseur van het CBR betreft een aanpassing van de bevindingen, nu door de eerdere aanpassing de diagnose is gewijzigd en de bevindingen niet geheel passen bij die diagnose. Ook hier had verweerder niet in mee mogen gaan.Daarbij geldt eveneens dat klager niet duidelijk is gemaakt wat is gewijzigd en klager tevens niet is gewezen op het blokkeringsrecht.

(…)

Verweerder heeft zijn deskundigenrapportage meermalen gewijzigd op verzoek van de opdrachtgever. Deze wijzigingen waren ongunstig voor klager en verweerder heeft er geen enkele toelichting bij gegeven en zelfs niet aangegeven wat hij gewijzigd had. Voorts is gebleken dat verweerder een deel van de wijzigingen ter gelegenheid van het mondeling vooronderzoek afdoet als slordigheden. Bovendien weet hij niet waarom hij sommige punten heeft gewijzigd. Dit baart het college zorgen. Vooral nu op basis van de deskundigenrapportages in opdracht van het CBR verstrekkende beslissingen ten aanzien van het rijbewijs kunnen worden genomen die voor de betrokkene grote gevolgen kunnen hebben.

Het was niet de eerste keer dat deze psychiater zich voor de tuchtrechter moest verantwoorden over zijn handelwijze. Ook het tuchtcollege in Amsterdam had zich reeds eerder over zijn handelwijze uitgelaten:

“In het nadeel van verweerder acht het college opvallend het klaarblijkelijke gemak waarmee verweerder bereid is geweest om op verzoek van diverse partijen zijn rapportage herhaaldelijk en op verscheidene punten aan te passen. Verweerder heeft dus kennelijk die externe kritische inbreng nodig gehad om uiteindelijk tot een deugdelijke rapportage te komen.”en
“Het baart het college zorgen, deze positieve ontwikkeling ten spijt, dat verweerder – inmiddels 76 jaar oud – dus kennelijk niet in staat is om zelfstandig deugdelijk te rapporteren. Het college hecht eraan deze zorg nadrukkelijk mee te geven aan verweerder.”

Het is bepaald bijzonder dat deze psychiater, ondanks de eerdere duidelijke bewoordingen van het Amsterdamse tuchtcollege het onjuist van zijn handelwijze nog steeds niet inzag. Dat valt ook het Groningse tuchtcollege op:

“In het enkele weken na deze uitspraak bij dit college binnengekomen verweer meldt verweerder dat het heel gebruikelijk en een volstrekt legale activiteit is de rapportage en de conclusie van een rapport aan te passen aan de “terugkoppelingen” van de medisch adviseur van het CBR. Het college had verwacht dat verweerder op dat moment meer inzicht zou hebben getoond”

Het wekt dan ook geen verbazing dat het Groningse tuchtcollege er nu korte metten mee maakt en deze psychiater verbiedt om nog langer keuringen uit te voeren:

Het college is van oordeel dat verweerder de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening ruim heeft overschreden. Verweerder heeft ter zitting gemeld dat hij in een jaar 900 rapportages opmaakte voor het CBR, maar dat hij deze onderzoeken nu niet meer doet. Het college vindt dit – mede gelet op het feit dat verweerder inmiddels 76 jaar oud is – verstandig. Het college acht verweerder niet in staat om zelfstandig een deskundigenrapportage op te stellen. Om te voorkomen dat verweerder toch weer deskundigenrapportages zal opstellen, zal het college hem een gedeeltelijke ontzegging van de bevoegdheid in het register ingeschreven staande het betrokken beroep uit te oefenen opleggen in die zin dat verweerder de bevoegdheid wordt ontzegd deskundigenrapportages op te stellen.
Het college bepaalt daarbij dat, om redenen aan het algemeen belang ontleend, deze beslissing in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan enkele tijdschriften.

Ook onze cliënten hebben veel te maken gehad met psychiaters die veel te veel dansen naar de pijpen van het CBR. Ook wij zien regelmatige sturend mailverkeer tussen CBR en psychiater en wij hebben ons enkele malen met succes beklaagd over de handelwijze van de keuringsartsen die volstrekt onafhankelijk hun werk zouden moeten doen. Als u ook door een psychiater moet worden gekeurd of van mening bent dat u ten onrechte of om onbegrijpelijke redenen bent afgekeurd, dan is het zeer verstandig om uw zaak door ons te laten begeleiden. Op voorhand kunnen namelijk veel fouten worden voorkomen. Wij kijken namelijk van meet af aan kritisch mee, want helaas zijn de bestuursrechter nog altijd onvoldoende doordrongen van het feit dat de rapportages vaak abominabel zijn en, zoals nu wederom blijkt, niet onafhankelijk tot stand zijn gekomen.

U vindt hier de volledige uitspraak.

Overige publicaties